|
Welkom bij Column ¿Qué Onda?!
Ergernis, bewondering, verbazing: de redactieleden van
Noticias schrijven het
van zich af. In deze
column geven we onze persoonlijke mening over gebeurtenissen
in
Latijns-Amerika of Nederland. Ongezouten maar nooit flauw,
wel altijd persoonlijk en betrokken.
|
De terugkeer van Titid door Ton Vriens
Voor een groot deel van de bevolking beëindigde de ontvoering in 2004 van de democratisch gekozen president Jean-Bertrand Aristide in een klap de hoop op een beter bestaan. De kleine felle priester -- liefkozend Titid genoemd -- was de eerste politicus die hun taal sprak – Creools -- in een land waar de elite zich uitdrukt in het bloemrijke Frans uit het koloniale verleden.
Tijdens de zeven jaar ballingschap in Zuid-Afrika hulde de president zich in stilzwijgen. Afgelopen donderdag, 17 maart, drie dagen voor de presidentsverkiezingen, keerde hij terug – deus ex machina.
In de filmschool in Port-au-Prince waar ik werk staan we met zijn allen te dringen om een klein televisietoestel met live-beelden van zijn aankomst. De meeste studenten – op één na die met een staflid naar zijn huis trekt --zijn niet bijster geïnteresseerd om hem te gaan verwelkomen.
Bij aankomst op het vliegveld in Port-au-Prince spreekt Aristide over zijn liefde voor Haïti en vergelijkt zijn terugkeer met het historische moment van de onafhankelijkheid in 1804 – de eerste en enige geslaagde slavenopstand. Hij verwijt de zittende regering onder leiding van zijn voormalige partijgenoot René Préval zijn partij te hebben uitgesloten van de presidentsverkiezingen.
Wat denken onze studenten van zijn terugkeer? De groep – een nieuwe generatie van verslaggevers en fotojournalisten -- voert dagelijks heftige discussies over de noodzaak van nieuw leiderschap, een herleving van de economie, de ondermijnende invloed van de buitenlandse hulpverlening. Noch de huidige twee presidentskandidaten, noch de teruggekeerde ex-president worden gezien als vernieuwende krachten in dit kapotte land. Maar het noemen van Aristide leidt tot een zekere ongemakkelijkheid.
Tijdens de speech van Aristide moet Cadet, een bedaarde oudere student regelmatig schokschouderend lachen. Hij had me ooit verteld dat zijn oom was vermoord door de Chimères, de benden die door president Aristide waren bewapend in een laatste poging stand te houden tegen rechtse terreurgroepen. Was zijn oom politiek actief? “Nee, maar hij had wat geld”, had Cadet flegmatiek geantwoord.
Het sfinxachtige gelaat van de bebrilde loenzende Aristide op de buis brengen herinneringen terug aan de chaotische nadagen van zijn bewind, februari 2004. Er heerste chaos in het land. De burgerij had genoeg van de onveiligheid, de corruptie en het bankroet van het land onder Aristide’s bestuur. In het Montana-hotel, waar nog slechts enkele buitenlandse journalisten verbleven, vond een nachtelijke ontmoeting plaats tussen een groepje ex-militairen en een man die zei een Indiase goeroe te zijn en vrede te willen stichten. De goeroe was omringd door een groep CIA-achtige figuren met knopjes in hun oor. Champagne vloeide en de goeroe bestelde prostituees voor de militairen. Mogelijk waren wij aanwezig bij het cruciale moment waarin een Amerikaanse geheime dienst de rebellie tegen Aristide kwam steunen.
Enkele dagen later, in het grijze ochtendlicht stonden we op het dak van het hotel te turen naar het witte vliegtuig dat opsteeg met president Aristide – van zijn bed gelicht door Amerikaanse militairen.
We waren niet rouwig om zijn vertrek. Aristide’s Chimères hadden overal de wegen afgezet. Dronken schreeuwend met bloeddoorlopen ogen en maaiend met hun machinegeweren, beroofden ze je van je apparatuur en geld. De droom dat Aristide de man was die gerechtigheid zou brengen op dit eiland, uitgehongerd en ontwricht na tientallen jaren dictatuur, was definitief voorbij.
Drie dagen later, zondag, 20 maart is het raar stil in het anders zo lawaaiige Port-au-Prince. De tweede en laatste ronde van de presidentsverkiezingen vinden plaats. Veel Haïtianen zijn thuis gebleven uit angst voor intimidaties en schietpartijen die hier gebruikelijk zijn in de buurt van stembureaus.
En wie van de honderdduizenden in de tentkampen heeft zich vandaag niet afgevraagd: hoe kan dit verkiezingscircus, gefinancierd en ons opgelegd door buitenlandse mogendheden, mij verlossen van mijn ellende?
Een land zo arm en geknecht als Haïti kan niet leven zonder de hoop op een messias. Aristide was die messias -- de enige leider die Haïtianen trots maakten op hun land, en de massa vergelding beloofde voor alle geleden vernederingen en uitbuiting. Zijn terugkeer moet voor velen bitterzoet zijn. Als een ontmoeting met een oude vlam, je weet opeens weer waarom het uitging.
|