info noticiashome
Milieu Latino

Terug naar index Milieu Latino

Door Jan-Albert Hootsen
02-11-2006


OCP: Catastrofe op herhaling

Na decennia van winstbejag heeft de olie-industrie het regenwoud in Ecuador uitgeput. Texaco, de belangrijkste vervuiler, moet zich nu voor de rechter verantwoorden. Maar sinds de nieuwe oliepijpleiding OCP drie jaar geleden werd geopend, dreigt de milieucatastrofe op herhaling te gaan.

Het noordoostelijke stadje Lago Agrio ligt middenin de Oriente, de Amazone van Ecuador. In de jaren zestig van de vorige eeuw was dit een nederzetting van de Tetete-indianen in de groene weelde van het Amazoneregenwoud. Veertig jaar later herinnert niets nog aan de inheemse wortels van de stad. Betonnen huizen, terreinwagens, cafeetjes met witte plastic stoelen en de vele straathonden maken van Lago Agrio, een grauw Ecuadoriaans provinciestadje.

Treurige cijfers
Lago Agrio betekent ‘zuur meer’ en die benaming is geen toeval. Nueva Loja, zoals het plaatsje officieel heet, heeft de bijnaam te danken aan Texaco. Toen in de jaren zestig grote olievoorraden werden gevonden in het regenwoud, verwierf de Amerikaanse oliegigant de rechten om er naar de olie te boren. Lago Agrio werd het hoofdkwartier:een in noodtempo uit de grond gestapte nederzetting vol immigranten uit de westelijke Andes en de kust van Ecuador. Stoere mannen, met overalls en veiligheidshelmen. Werknemers in de olie-industrie. Waar in de omgeving vroeger de kreten van vogels en apen klonken, zijn de straten tegenwoordig gevuld met het gebrom van auto’s en goedkope cumbia. Olieputten werden aangelegd, raffinaderijen en een oliepijpleiding (SOTE genaamd) van Oriente naar oceaankust. In 2003 werd de tweede grote leiding afgerond, de Oleoducto de Crudos Pesados (pijpleiding van zware ruwe olie, afgekort als OCP)

De Tetete-indianen zijn voor altijd van het straatbeeld verdwenen. Veertig jaar geleden woonden er in dit gebied nog enkele duizenden Tetete. De stam is volledig uitgestorven aan ziektes, verontreinigd drinkwater en voedselgebrek, veroorzaakt door dezelfde industrie die op hun grondgebied Lago Agrio uit de grond stampte. Met hen is ook hun cultuur, taal en traditionele manier van leven verdwenen.

‘Dertig jaar olie-exploitatie heeft de inheemse bevolking haar traditionele bestaansmiddelen afgenomen. Dat is te danken aan de onverantwoordelijkheid van de Ecuadoriaanse staat en oliebedrijven als Texaco,’ zegt Jose Porão van Acción Ecológica, één van de belangrijkste milieuorganisaties van het land. Het zijn treurige cijfers. Behalve de Tetete zijn ook de Huoarani en de Siona gedecimeerd. Waren er in 1973 nog drieduizen Huoarani-indianen, tegenwoordig leven er nog driehonderd in het gebied.

Nalatenschap
Sinds Texaco begin jaren zeventig begon met de olieboringen, speelt zich in de Oriente een milieucatastrofe af die haar weerga niet kent. Vanaf 1974, het jaar dat Texaco volledig in bedrijf ging, is ruim 70 miljoen liter olie en een kleine 18 miljoen liter giftig restafval gedumpt, in het oppervlaktewater en in de bodem. Het aantal onafgedekte en beschermde ‘olieputten’ (open vijvers van olie) wordt geschat op ruim 650. Twee miljoen hectare regenwoud is gekapt.

Toen Texaco in 1992 wegtrok was het natuurlijk evenwicht van het gebied volledig verstoord. De oliegigant ontkent overigens stellig milieumaatregelen te hebben overtreden: volgens de directie is volledig conform de heersende milieuwetgeving gewerkt. Inmiddels is het bedrijf verwikkeld in een juridische strijd over wie het opruimen van de rotzooi moet gaan betalen.

Déjà Vu
Naast het proces tegen Texaco voert de Ecuadoriaanse milieubeweging strijd op een tweede front in de Oriente. En wel tegen Oleoducto de Crudos Pesados (OCP) Deze nieuwe pijpleiding werd in 2003 in gebruik genomen. De gevolgen van de OCP zouden wel eens desastreuzer kunnen zijn dan Texaco’s nalatenschap.

Jose Porão: ‘De aanleg van de leiding levert enorme risico’s op voor Ecuador. Niet alleen moest er opnieuw gekapt worden: de risico’s op lekken zijn nu verdubbeld. De OCP loopt dwars door natuurreservaten als dat van Mindo.’ Mindo, gelegen in de zogenoemde ‘Cloud Forests’ tussen Andes en oerwoud, kent één van de rijkste biodiversiteiten ter wereld. Bovendien loopt de leiding vlak langs het gebied waaruit de hoofdstad Quito het leeuwendeel van haar drinkwater onttrekt. Niet verrassend dus, dat de aanleg leidde tot groot verzet van milieu- en burgerrechtenactivisten.

OCP, een consortium van Ecuadoriaanse en buitenlandse investeerders als het Spaanse REPSOL en de Westdeutsche Landesbank, zegt (net als Texaco destijds) zich keurig aan alle (milieu)regels te houden. Die bewering kan echter niet meer serieus worden genomen sinds een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de Wereldbank in 2003 aantoonde dat alle milieunormen zijn overtreden, zowel die van de Wereldbank, het International Monetair Fonds, als die van de Westdeutsche Landesbank zélf. Maatregelen bleven echter achterwege.

Ondanks alle verzet werd het na de ingebruikname stil rond de OCP. Een gevaarlijke stilte, volgens Acción Ecológica. Porão: ‘De Ecuadoriaanse regering heeft de oliemaatschappijen nu vrije toegang verschaft tot de zuidelijke Amazone. Het regenwoud is in blokken verdeeld, waarin nieuwe bedrijven vrij spel hebben.’ Nieuwe slachtoffers zijn er ook, zoals de Sarayaku, die een wanhopige strijd voeren tegen bedrijven als het Argentijnse oliebedrijf CGC, dat voor weinig lijkt terug te deinzen. ‘De tijd dringt. Ieder blok dat wordt geëxploiteerd is tweehonderdduizend hectare regenwoud. Als we niets doen, ligt die er straks net zo bij als de omgeving van Lago Agrio,’waarschuwt Porão.

Assertief
Hoe treurig de aanleiding ook, de zaak Texaco en het verzet tegen de aanleg van de OCP hebben wel geleid tot grotere zelfverzekerdheid bij zowel de inheems bevolking van de Oriente als de milieuactivisten. De Sarayaku reageren in het post-Texaco tijdperk assertief en zelfbewust. Niet bang om tot confrontaties met de oliemaatschappijen of het Ecuadoriaanse leger te komen, worden de wapens opgenomen en alle juridische middelen aangegrepen om de verdere exploitatie van het regenwoud te stoppen.

Acción Ecológica zelf komt over een maand met een nieuw, vernietigend rapport over de gevolgen van de aanleg van de OCP. Daarin wordt gepleit voor alternatieve, schone inkomstenbronnen voor de olie-industrie. Want, zo meent Porão, ‘We moeten met alternatieven komen. Om een nieuwe beschaving in Ecuador te kunnen opbouwen. Eén zonder olie-industrie, zonder exploitatie, en met respect voor de autonomie en het zelfbeschikkingsrecht van de oorspronkelijke bewoners van de Oriente. Want het is uiteindelijk hun land!’