|
|
|
Door Jan-Albert Hootsen
|
01-11-2007
|
Guatemala naar de stembus
De harde hand of het goede in de mens. Daar draait het komende zondag om, als de Guatemalteken definitief hun staatshoofd voor de komende vier jaar gaan kiezen. De conservatief Pérez Molina neemt het in de tweede ronde op tegen sociaal-democraat Álvaro Colom.
Geen van de kandidaten kon in de eerste verkiezingsronde in september rekenen op een absolute meerderheid. Toch was al snel duidelijk dat de tweestrijd van aanstaande zondag zou gaan tussen Otto Pérez Molina van de conservatieve Partido Patriótico en de ervaren, centrumlinkse Álvaro Colom van de Unidad Nacional de Esperanza. Laatstgenoemde won met een voorsprong van 5 procent de eerste ronde, maar dat maakt winst in de tweede ronde geen uitgemaakte zaak. Vele kiezers stemden in de eerste ronde op één van de twaalf andere kandidaten, zoals Nobelprijswinnares en mensenrechtenactiviste Rigoberta Menchú of de van oorlogsmisdaden beschuldigde voormalige couppleger Efraín Rios-Montt. Het zijn de stemmen op deze kandidaten die het verschil gaan uitmaken.
De keuze tussen Colom en Pérez Molina is er een tussen een ervaren kandidaat en een nieuwkomer. Colom deed in 2003 ook al mee, maar verloor destijds ruim van Berger. De sociaal-democraat en zakenman pleit voor strakkere controle en hervormingen van politie en justitie, die gelden als corrupt en inefficiënt. Daarin verschilt hij weinig van zijn tegenstander, maar Pérez Molina doet er nog een schepje bovenop. Hij belooft het politiecorps met de helft te vergroten en de doodstraf opnieuw actief toe te laten passen. Zijn slogan: Mano dura, cabeza y corazon (‘Harde hand, hoofd en hart’).
Rust
Verbetering van de veiligheidssituatie is campagnethema nummer één in Guatemala, een van de gewelddadigste en armste landen van Latijns-Amerika. Het land kampt met immense sociale problemen (zie Landloze boeren in Guatemala eisen grond); armoede en criminaliteit bemoeilijken het moeizame democratiserings- en verzoeningsproces na de burgeroorlog. De bloedige aanloop tot de eerste ronde toonde eens te meer aan dat Guatemala nog een lange weg heeft te gaan. Behalve het staatshoofd konden er ook volksvertegenwoordigers en burgemeesters worden gekozen. Meer dan vijftig kandidaten werden vermoord, soms met familie en al.
Toch liet de eerste ronde ook veel positiefs zien. De opkomst op 9 september lag met ruim 60 procent maar liefst een derde hoger ten opzichte van 2003. Daarbij kenmerkten de verkiezingen zich door veel minder ongeregeldheden en een grotere deelname van de achtergestelde inheemse bevolking dan vier jaar geleden.
Volgens een Nederlandse waarnemer ter plekke viel het rustige en ordelijke verloop van de eerste ronde op. ‘Overal in het land hebben vrijwilligers hun best gedaan om er iets van te maken. De sfeer was erg goed. Er heerste een soort van saamhorigheidsgevoel. De Guatemalteken hebben eigenlijk nog maar sinds kort het gevoel dat het land echt democratisch is. Wel is men nu erg toe aan de einduitslag, omdat het hele proces al geruime tijd in beslag heeft genomen.’
Weinig vertrouwen
De waarnemer, die anoniem wil blijven, noemt het vertrouwen in de kandidaten laag. ‘Voor veel kiezers is het een keuze tussen de twee minst slechte deelnemers. Het vertrouwen in de politiek groeit weliswaar, maar veel politici hebben – terecht of niet – nog steeds het imago van zelfverrijkers of vertegenwoordigers van de rijke elite. De politiek lijkt, op de deelname van Rigoberta Menchú na, nog steeds niet echt toegankelijk voor de arme onderlaag.’
De strijd tussen Colom en Pérez Molina is in ieder geval nog niet beslist. Niet onbelangrijk: de Gran Alianza Nacional, de partij van president Berger en de op 9 september als derde geëindigde Alejandro Giammattei, weigert zijn voorkeur voor een kandidaat uit te spreken. Het kan dus nog spannend worden. Vooralsnog lijkt Pérez Molina de grootste kanshebber. Zijn harde boodschap doet het goed bij de Guatemalteken en hij heeft een ‘presidentiëlere’ uitstraling dan de gematigde Colom. Bovendien draagt hij niet de last van een eerder verloren verkiezingsstrijd met zich mee.
Maar wie van de twee het ook wordt, de relatieve rust rond de eerste ronde is al een stap vooruit voor het geteisterde land.
|
|
|
|
|
|