info noticiashome
Soja Special:
Soja in Latijns-Amerika

Geschiedenis van soja in Latijns-Amerika

De teelt van soja begon in Latijns-Amerika in de jaren '60 in Argentinië en Brazilië. Op kleine schaal werd in de noordelijke deelstaten van Argentinië soja geteeld. In Brazilië in de zuidelijk deelstaten Rio Grande do Sul, Santa Catarina en Paraná. Dat gebeurde destijds in een rouleersysteem met andere gewassen.

Begin jaren ’70 ontstond een verhoogde vraag naar oliehoudende en eiwitrijke gewassen. De oorzaken waren: aanhoudende droogte in de Sahellanden, waardoor de oogst van aardnoten en eiwitrijke voederteelten achterbleef; lage sojaoogsten in de Verenigde Staten en een verhoogde sojavraag in de Sovjet Unie. In 1973 steeg de sojaprijs hierdoor binnen een half jaar met 150 procent.

Dit had grote gevolgen voor Brazilië, Argentinië, maar ook voor Paraguay en Bolivia. Daar gingen ze soja steeds meer zien als economische kans. Op verschillende manier werd gestimuleerd de overstap te maken naar soja. In Brazilië en Argentinië begon men met het subsidiëren van de sojateelt. Binnen vijftien jaar werd soja voor Brazilië, Argentinië en Paraguay het belangrijkste agrarische exportproduct.

Er werd een hele infrastructuur voor de soja aangelegd, (water)wegen naar de grote havens, om de soja zo snel mogelijk te kunnen exporteren. Dit was het begin van het sojamodel in Latijns-Amerika. Dit model wordt gekenmerkt door grootschaligheid in productie, de nadruk ligt op export en arbeidsextensiviteit. De ecologische en sociale gevolgen van het sojamodel werden toen en nog steeds weggewuifd door de overheid. Alles moet buigen voor de soja, want er valt veel geld mee te verdienen. En dat is hard nodig voor landen als Brazilië, Argentinië en Bolivia om de schulden af te lossen.

In 1996 werd in de Verenigde Staten de genetisch gemodificeerde Roundup Ready-soja van multinational Monsanto geïntroduceerd. Vrijwel gelijktijdig werd deze ook in Zuid-Amerika binnengebracht. Met name in Argentinië en Paraguay. Brazilië vreesde de ggo-soja en kondigde in 1997 een invoerverbod ervan af. Monsanto was bang dat andere landen het Braziliaanse besluit zouden volgen en hierdoor haar machtspositie in de grootste sojaproducerende markt ter wereld zou verliezen. Monsanto begon vervolgens speciaal voor de Latijns-Amerikaanse markt de extra vergoeding voor het patentrecht niet in rekening te brengen. Ook leverde het bedrijf in speciale campagnes gratis RR-sojazaad aan de boeren, vooral Argentinië en Paraguay.

Dit zorgde voor een enorme boom van ggo-soja in deze twee landen. Ondanks het verbod in Brazilië gingen in de zuidelijke deelstaten steeds meer boeren over op de RR-soja van Monsanto. Ze kregen het zaad doordat er een enorme stroom van gesmokkelde sojazaden op gang was gekomen vanuit Argentinië.


Voorbeeld Brazilië

In 2003 was de sojaoogst 50 miljoen ton. De grootste importeur van al deze soja is de Europese Unie. Alleen al het wegvallen van dierlijk meel naar aanleiding van de gekkekoeienziekte leverde een extra vraag op van drie miljoen ton soja. Het Wereldnatuurfonds heeft berekend dat de teelt van drie miljoen ton soja ongeveer 1,7 miljoen hectare akkerland betekent dat extra nodig is.

De sojateelt zit vooral in het zuiden van Brazilië. Het begon in de jaren zestig en zeventig in de deelstaten Rio Grande do Sul, Santa Catarina en Paraná als concrete vertaling van de Groene Revolutie. Als gevolg van de grootschaligheid moesten miljoenen familiale boerengezinnen sinds de jaren zeventig hun landbouwbestaan opgeven en vertrokken ze naar de steden.

Nu vindt de sojaexpansie plaats in de noordelijke deelstaat Mato Grosso, wat een grote bedreiging vormt voor het regenwoud aldaar. Samen met de lage arbeidskosten in dit deel van het land en de goedkope grondprijzen trekken de boeren vanuit het zuiden naar het noorden. Van een hectare grond in de deelstaat Santa Catarina kan je in het noorden tien hectare kopen. Maar ook de boeren in Mato Grosso zelf gaan massaal over op soja, aangemoedigd door de eigen gouverneur die tevens de grootste sojaproducent van Brazilië is.

De gevolgen zijn enorm. Naast het vertrek van kleine boeren of boerenarbeiders (voor de teelt van soja zijn heel weinig arbeiders nodig) bestaat er een directe bedreiging van de indianenreservaten, dreigt ontbossing, het waterpeil daalt in het grootste natuurreservaat ter wereld Pantanal, de waterkwaliteit gaat achteruit, er ontstaat erosie en de biodiversiteit neemt af.

Brazilië heeft als doel de Verenigde Staten voorbij te streven als grootste sojaproducent ter wereld. De buitenlandse deviezen uit exportinkomsten heeft het land hard nodig om de schulden mee af te betalen. Tevens geeft het sojamodel een stimulans aan andere binnenlandse sectoren. Toepassing van soja als diervoeder in Brazilië neemt toe, vooral bij het voederen van gevogelte. Mede hierdoor is Brazilië nu nummer twee op de wereldmarkt voor gevogelte.

Brazilië is jarenlang officieel vrij geweest van genetisch gemodificeerde soja, maar in werkelijkheid staat in bijvoorbeeld de deelstaat Rio Grande do Sul al 70 procent ggo-soja. Dit door een enorme stroom aan smokkelzaad uit Argentinië dat goedkoop is. Dit staat in schril contrast tot de deelstaat Paraná waar de gouverneur hard inzet op het ggo-vrij houden van zijn deelstaat. Veel boeren in die deelstaat hebben contracten met Europese afnemers die het liefst ggo-vrij willen inkopen. Omdat in de Europese Unie genetisch gemanipuleerde gewassen nog niet vrij de markt op kunnen als het direct voor menselijke consumptie bestemd is, kiest Paraná vooralsnog voor het in de perken houden van de ggo-soja.

Op 26 september 2003 is er onder druk van Rio Grande do Sul toestemming gegeven om de eigen geoogste ggo-zaad weer te planten, mits het voldoet aan een verantwoordelijkheidscontract. Ook het jaar daarop vroeg de deelstaat met goedkeuring vanuit Brasilia hetzelfde. Dit alles in afwachting van een definitieve wetgeving rond biotechnologie en gengewassen. Deze wet is in 2005 afgerond en aangenomen door de senaat. De wet houdt in dat onder strikte voorwaarden het mogelijk is om genetisch gemanipuleerde gewassen te telen. Paraná heeft al aangegeven dit in eigen wetgeving tegen te gaan, om zodoende vrij te blijven van ggo’s. Het is de vraag of Mato Grosso dat nochtans is gevrijwaard van ggo-soja, door de invoering van de wet ggo-vrij blijft in de komende jaren.


Voorbeeld Argentinië

De geschiedenis van Argentinië is anders dan die van Brazilië, omdat Argentinië in de jaren ’90 besloot over te gaan op het genetisch gemanipuleerde Roundup-zaad van Monsanto en omdat het landbouwmodel in Argentinië sinds de dictatuur nog meer is gericht op grootschaligheid. Tijdens de dictatuur werd soja het nieuwe gewas dat de landbouwhervormingen moest dragen. Anders dan in Brazilië, waar ondanks een grote uittocht van kleine, familiale bedrijven toch nog veel soja door deze kleine boerenbedrijven wordt verbouwd, werd soja in Argentinië al snel het domein van de grote agrariërs die door het Videla-regime gesteund werden.

In 1990 had Argentinië 5 miljoen hectare soja. In 2003 was dat al 12,7 miljoen. In dezelfde periode groeide de productie met vijftien miljoen ton tot 35 miljoen ton soja. Bijna veertig procent van het totale landbouwareaal (inclusie veeteelt) komt voor rekening van soja. Omdat meer dan negentig procent van de soja in Argentinië tegenwoordig genetisch gemanipuleerd is, betekenen deze cijfers dat Argentinië op de Verenigde Staten na de grootste producent is van genetisch gemanipuleerd soja ter wereld.

De sojaproductie concentreert zich vooral in de deelstaten Santa Fe, Córdoba, Buenos Aires, Bandera en Santiago del Estero. De opkomst van soja in deze gebieden ging gepaard met een enorme afbraak van de teelt van traditionele agrarische gewassen en veeteelt. Je kan in Argentinië oprecht spreken van een monocultuur van soja geproduceerd door een kleine groep grote en rijke boeren en industrialisten.

Het agrarisch landschap is nu een monotone groene vlakte. De natuurlijke groene afbakeningen in het landschap zijn verdwenen door ontbossing. Een enorme erosie van de bodem is het gevolg met desastreuze gevolgen voor de waterhuishouding. In plaats van een afname van het gebruik van herbicide en pesticide door de introductie van gengewassen is deze na introductie alleen maar toegenomen. Hierdoor zijn rivieren vervuild wat gevolgen heeft voor de plattelandsbevolking. Tevens is de biodiversiteit afgenomen in de agrarische gebieden.

De arme (plattelands)bevolking krijgt de klappen. Ten eerste waren zij genoodzaakt zich door schaalvergroting van het platteland te vertrekken naar provinciesteden of naar de sloppenwijken van Buenos Aires. Tijdens de economische crisis in 2002 raakten ze hun werk in de steden kwijt. Daarnaast was er nauwelijks goedkoop voedsel meer te verkrijgen door de monocultuur. Alleen soja is betaalbaar. De monocultuur en het neoliberale beleid hebben geleid dat Argentinie nu haar meeste voedsel moet importeren. Zo importeert Argentinië bijvoorbeeld melk uit Uruguay.

Toch kiest ook de nieuwe regering van Kirchner voor het sojamodel. Zij heeft soja nodig om uit de crisis te komen. Soja spekt de staatskas. Het is het exportgewas nummer één. Vijftig procent van de belastinginkomsten uit de export van landbouwproducten komt uit de soja sector. Veertig procent van de economische groei komt voor rekening van de sojasector. Soja is dus de remedie tegen de economische malaise in Argentinië.


Voorbeeld Bolivia

In 1971 werd soja in zeer kleine schaal geïntroduceerd in het oostelijke departement Santa Cruz. In deze tijd werd de agrarische productie in deze streek gedomineerd door suiker- en katoenteelt. Na 1974 ging het bergafwaarts met de katoensector vanwege lage productiviteit en lage prijzen. Er was sprake van een enorme crisis op het platteland. Gedwongen door deze crisis moesten de eigenaren van grote boerenbedrijven (vooral zij zaten in de katoen) op zoek naar een ander gewas. Zij kozen voor de hoge prijzen van soja dat ook nog eens makkelijk te telen is. Dit was het begin van de opmars van soja. Maar de crisis in de katoensector gaf ook een impuls aan de illegale narcotraffic business in Bolivia.

Het waren de Mennonieten en Japanners, die zich als kolonisten hadden gevestigd in de laaglanden van Bolivia, die als eerste overgingen op het sojagewas. In de familie was er kennis over de teelt van het gewas, waardoor het voor hen makkelijk was de overstap te maken. Na de Mennonieten en Japanners gingen vanaf begin jaren tachtig ook de grote Boliviaanse boeren (de zogenaamde cambas) over op het gewas.

Soja werd steeds populairder onder de boeren. Dat kwam ook omdat de lokale industrie het stimuleerde. De fabrieken die eerst plantaardige olie haalden uit katoen, zagen in soja een goede vervanging voor hoogwaardige plantaardige olie.

Begin jaren negentig kwamen ook vele Braziliaanse boeren naar Santa Cruz om grootschalig soja te verbouwen en te profiteren van de vruchtbare grond. Zij namen veel nieuwe kennis en technologie mee, waardoor de sector een impuls kreeg.

Een soort domino effect deed zich voor. Vele boeren gingen over op de teelt van soja. Begin jaren negentig stapten zelfs in grote mate de kleine boeren over op soja. Zij zagen dat er veel geld te verdienen was met soja. Maar de overwegingen om over te stappen waren niet altijd rationeel. Vooral kleine boeren stapten simpelweg over omdat soja half jaren negentig ‘in de mode’ was. Zij zijn tot op heden in staat gebleken soja te produceren. Hoewel de oprukkende vrijhandel hun positie steeds meer aantast.

Sinds 1998 kwam er abrupt een einde aan de groei. Dit vanwege de economische crisis in Azië. Deze had wereldwijd het gevolg dat de internationale vraag daalde evenals de prijzen. Tot overmaat van ramp kon deze neergang in Bolivia niet gecompenseerd worden door een goede oogst. Door droogte was de productiviteit in 1999 op een nieuw dieptepunt. Het duurde een aantal jaren voordat de sector weer aantrok. Vanaf 2002 zit de sector weer in de lift.

De productie van soja bleef stijgen en daarmee het belang van het gewas voor de nationale economie. Na de exporten van olie en gas (hidrocarburos 26 procent van totale exportinkomsten) is de export van soja (oleaginoso 25 procent van totale exportinkomsten) het grootst. In 2003 verdiende Bolivia door de export van soja 365 miljoen dollar. Voor het departement Santa Cruz is meer dan 60 procent van de exportinkomsten afkomstig van soja. Soja wordt daar dan ook ‘Reina del agro creceño’ genoemd.

De soja is ggo-vrij, maar daar kan snel verandering in komen omdat Brazilië haar anti-ggo-beleid heeft stopgezet. Bolivia anticipeert namelijk vooral op wat er op sojagebied in Brazilië gebeurt. Het Boliviaanse parlement ging in 2005 akkoord met een wetsvoorstel ggo's toe te staan. Hiermee heeft geen enkel sojaproducerend land in Zuid-Amerika een wettelijke blokade tegen ggo's.

Meer dan 75 procent van de Boliviaanse soja en sojaproducten wordt geëxporteerd binnen Comunidad Andina (naast Bolivia zitten daarin: Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela). De meeste soja gaat naar Venezuela, Colombia en Peru. Daarnaast gaat er nog wat naar Ecuador. Het overige gaat naar voornamelijk naar Chili, Argentinië en de Europese Unie.

Waarom blijft driekwart van de export van soja uit Bolivia binnen Comunidad Andina? Dat komt door de beschermde status van Boliviaanse soja in deze landen. Bolivia heeft vrijhandelsverdragen met deze landen ondertekend waardoor de soja uit Bolivia goedkoper op deze markten geïmporteerd kan worden dan die uit Brazilië, Argentinië, Paraguay en de Verenigde Staten. Maar deze situatie verandert als in 2014 deze tarieven tot nul procent zijn gedaald. Het is nog maar de vraag of Bolivia dan met Brazilië, Argentinië en Paraguay kan concurreren.


China is geïnteresseerd

Voor de toekomst is de enorme vraagtoename voor soja in China van groot belang. Juist door deze enorme vraag blijft soja nog een groeiproduct, ondanks dat de expansie meer is dan de vraag stijgt. China is onlangs begonnen met investeringsbeloften van vele miljarden dollars te beloven aan Latijns-Amerika. Niemand twijfelt eraan dat dit een enorme impuls zal geven aan de sojasector aldaar. Maar dit betekent ook dat de negatieve gevolgen van het sojamodel ook vele malen groter zullen worden. Voor Bolivia alleen al betekent de belofte die de Chinezen aan het land deden al een verdubbeling van het areaal aan soja. Met alle gevolgen van dien.