Gevaar van vrijhandel
Het is niet vreemd dat de opkomst van soja in Zuid-Amerika gelijke tred houdt met toenemende vrijhandel. Hoe meer handelsbelemmerende maatregelen worden opgeschort des te meer concurrentie ontstaat. Juist in de productie van soja is Zuid-Amerika goed en hierdoor hoopt het de onrendabele en tot nu toe grootste producent van soja in de wereld, de Verenigde Staten, van de troon te stoten. Het gevolg is dat de economie transformeert naar een exporteconomie van maar enkele producten.
Soja staat symbool voor de nieuwe exporteconomie. Als deze exporteconomie divers is en er ruimte overblijft voor voedselgewassen voor binnenlands gebruik is er niets mis mee. Het omgekeerde is echter eerder de waarheid. Zeker in het geval van soja kan je spreken van een monocultuur die zijn weerga niet kent. Het gevolg is dat landen als Argentinië en Brazilië die eerder nog goedkoop voedselgewassen op de eigen markt konden afzetten nu afhankelijk zijn geraakt van import. Soja neemt steeds meer de economie over. Dat maakt de economie kwetsbaar, als de internationale sojamarkt instort of als er een plantenziekte uitbreekt ontstaat een grote economische ramp.
Een ander gevaar van vrijhandel is dat de overheid de spelregels van het internationaal handelen steeds meer in handen geeft van de grote (internationale) bedrijven. De combinatie tussen een toenemende concurrentie en grote afhankelijkheid van één exportgewas maakt het moeilijk voor overheden de teugels in handen te houden. Zeker als door het gewas de belangrijkste bron is om de enorme staatsschulden mee af te betalen.
Het principe van vrijhandel is als volgt samen te vatten: wie het goedkoopst de soja op de markt kan brengen, gaat er met de hoofdprijs vandoor. Gevolg is een race to the bottom. In deze race kunnen alleen de grote boeren mee, omdat zij nog de investeringen kunnen terugverdienen. Een ander gevaar is dat door de hevige concurrentie overschotten ontstaan omdat de stijging van het aanbod groter is dan die van de vraag. Volgens het economische principe leidt dit tot lagere prijzen. Hiervan profiteren alleen de industrie en de consument. De kleine boeren hebben het nakijken. Een nieuwe migratiestroom van kleine boeren die hun heil zoeken in de grote steden is het gevolg.
Gevaar van Genetische manipulatie
De discussie over genetische manipulatie is erg complex. Vooral over de effecten van ggo-gewassen op het milieu en de volksgezondheid zijn de meningen verschillend. Maar juist omdat er zoveel onduidelijkheid is over de gevolgen voor milieu en volksgezondheid moet voorzichtigheid worden betracht.
Over het effect van ggo-gewassen op het boerenbestaan
is meer bekend. De ggo-zaden zijn met enorme publiciteit
en promotie aangepraat bij de boeren. Zonder veel informatie
te krijgen, zijn vele boeren in de Verenigde Staten en
Argentinië overgegaan op de teelt van ggo-gewassen, waaronder
de Roundup Ready soja van Monsanto. Deze kwam in 1996
op de markt.
Uit onderzoek uit de Verenigde Staten blijkt dat de oogstresultaten
per regio en per jaar enorm verschillen. De opbrengsten
van ggo-soja zijn vaker lager dan van conventionele soja.
De soja blijkt kwetsbaarder te zijn voor bepaalde ziekten
en plagen, wat leidt tot toenemend gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen
of tot lagere opbrengsten. Toch gaat de reclame van RR-soja
gewoon door en denken boeren met name in Argentinië, Paraguay
en het zuiden van Brazilië dat de RR-soja garant staat
voor betere oogsten en minder kosten. Waar draait het
allemaal om? RR-soja zorgt ervoor dat het gewas resistent
is tegen een gif van Monsanto dat alles doodt behalve
de soja zelf. Het voordeel voor de boer is dat er heel
weinig werk overblijft in het produktieproces en de kosten
laag zijn.
Een probleem voor de langere termijn is de patentering
van de zaden. Boeren moeten extra betalen voor de zaden,
de zogenaamde technology fee oftewel patentbelasting.
In Latijns Amerika kiest Monsanto door promotie nog niet
de patentbelasting volledig toe te passen, maar als de
markt eenmaal heeft gekozen voor de ggo-zaden, dan zal
de industrie niet twijfelen de hoge patentbelasting in
rekening te brengen. Dat heeft weer grote gevolgen voor
de kleine boeren die vooral in het zuiden van Brazilië
nu nog tariefvrij ggo-zaad gebruiken. Hun kosten zullen
dan enorm omhoog gaan en nog afhankelijker worden van
de industrie. Een makkelijke terugschakeling op gewone
teelt is niet snel te realiseren. Het duurt minstens drie
jaar voor het land zeker ggo-vrij is.
Gevolgen voor milieu
Het soja-areaal in Zuid-Amerika breidt zich razendsnel
uit. Sinds het jaar 2000 ligt de jaarlijkse expansie in
Argentinië, Brazilië en Paraguay boven de 10 procent.
Deze uitbreiding heeft tot gevolg dat veel natuurgebied
opgeofferd wordt. Het probleem is in Brazilië op dit moment
het best zichtbaar, omdat daar naar het noorden het Amazonegebied
al is betreden door sojaboeren. Gedreven door de goedkope
grond in het noorden kiezen vele boeren uit het zuiden
ervoor hun grond te verkopen en van dat geld kunnen ze
meer dan het dubbele areaal aan grond kopen in het noorden.
De gevolgen voor natuur en milieu zijn enorm.
Per jaar wordt in het Amazonegebied naar schatting 700.000 hectare primair en secondair bos gekapt alleen al voor de soja. De geplande uitbreiding in Brazilië ligt voor 70 procent in het Amazonegebied. De andere 30 procent ligt in de kwetsbare savanne van midden Brazilië. Het gevolg is versnippering van natuurlijke habitats. De erosie die het tot gevolg heeft, evenals de vervuiling van rivieren zorgt dat ook op plekken waar nog wel natuurreservaten zijn, de kwaliteit ervan afneemt. Dit heeft weer grote gevolgen voor de inheemse bevolking die moet leven van vis en wild.
Het Amazonegebied wordt ook in Bolivia bedreigt omdat ook daar de expansie van soja grote vormen aanneemt. In zes jaar tijd is tussen 1995 en 2001 het areaal aan soja met 74 procent gestegen. Milieuorganisaties vrezen dat het nog lang niet gedaan is. Onlangs presenteerde China haar plannen om voor 150 miljoen dollar aan Boliviaanse soja te willen kopen. Bijna een verdubbeling van de huidige sector. Bolivia telt op dit moment 54 miljoen hectare bos. Natuur- en milieuorganisaties berekenen dan ook dat alleen al soja de komende jaren verantwoordelijk is voor jaarlijks 250 duizend hectaren ontbossing in Bolivia.
Een gevaar is dat door de ontbossing in het noorden de regens in het zuiden afnemen. Hierdoor lijdt de sojaoogst in het zuiden steeds meer onder verdroging wat het gevolg heeft dat weer meer landbouwgrond nodig is in het noorden. Een vicieuze cirkel die zijn weerga niet kent.
In Argentinië zijn de effecten op het milieu hetzelfde:
bossen in het noorden verdwijnen en rivieren en bodem
zijn verontreinigd. Ook treedt er enorme erosie op en
is er sprake van ware stofwinden in tijden dat soja niet
op de velden staat. De lokale bevolking heeft te lijden
onder de soja-industrie die elk jaar grootschaligere vormen
aanneemt. Daarnaast is aantoonbaar de biodiversiteit afgenomen
in de gebieden waar veel soja wordt geteeld. Omdat de
effecten van ggo-soja nog niet bekend zijn voor lange
termijn op natuur, milieu en volksgezondheid, en omdat
de soja in Argentinië voor meer dan 90 procent ggo-soja
is, kunnen de effecten daarvan nog nadeliger vormen aannemen.
Een alternatief is trouwens voor handen. Op de graslandgebieden
waar soja het beste gedijt, kan de teelt makkelijk worden
geïntensiveerd. Maar dan moet soja wel een plek krijgen
in een rotatiesysteem, waardoor andere gewassen kunnen
meeprofiteren van de stikstofbinding door soja in de bodem.
Daarnaast staat er in het zuiden veel grond braak. Er
wordt niets mee gedaan, omdat de boeren steeds meer vertrekken
naar het noorden. Om de expansie naar het noorden te stoppen
moeten deze gronden in het zuiden efficiënter worden gebruikt
en het onaantrekkelijker gemaakt worden grote hoeveelheden
grond in het noorden te kopen voor productie van landbouwgewassen.
|