info noticiashome
WTO - Hong Kong terug naar WTO - Hong Kong
Door Evert-Jan Quak (Noticias)
17-11-2005


Econoom pleit voor opheffen WTO

Hij is een van de weinige Nederlandse economen die zich verzet tegen het dogmatisch neoliberalisme met zijn eenzijdige economische modellen. Lou Keune, hoofddocent Ongelijke Ontwikkeling aan de Universiteit Tilburg, voorspelt het einde van het neoliberale model: ‘te beginnen met de Wereldhandelsorganisatie zelf.’

Waar zijn collega’s spreken over de voordelen van lage prijzen door vrijhandel voor de consumenten, toont hij aan dat de arme bevolking geen afzetmarkt meer heeft, waardoor zij verder marginaliseren en niet kunnen profiteren van de lagere prijzen, als die er al zijn door de oneindige concurrentie. Noticias sprak met Lou Keune, universitair hoofddocent Ongelijke Ontwikkeling aan de Universiteit Tilburg, over de Wereldhandelsorganisatie WTO. De meeste economen spraken van een gemiste kans na het mislukken van de WTO-top in Cancún. Keune was verheugd dat het eenheidsblok eindelijk werd doorbroken. ‘Ik zie steeds duidelijker het einde van het neoliberale model nabij komen, te beginnen met de Wereldhandelsorganisatie zelf.’

Komt er een akkoord in december in Hong Kong bij de WTO-top?

Als er een akkoord komt, is het een papieren akkoord. Het zou me verbazen als er werkelijk reële afspraken worden gemaakt. Om gezichtsverlies te voorkomen, zal het waarschijnlijk uitlopen op een papieren overeenkomst waar niemand zich aan gebonden voelt.

Dat betekent het einde van de Doha-ronde waarin de positie van ontwikkelingslanden centraal staat. Hoe schadelijk is een mislukking van Doha voor ontwikkelingslanden?

De meeste ontwikkelingslanden zien dat er binnen de WTO op dit moment niets te halen valt. Zeker nu de Verenigde Staten en de Europese Unie ze onder druk zetten om de dienstenmarkt open te stellen omdat ze zelf eindelijk de landbouwsector willen hervormen. Ik geloof niet dat de arme landen in die valstrik zullen lopen. Ze hebben al genoeg ervaring met het privatiseren van publieke diensten, het bezuinigen op sociale voorzieningen en het openstellen van de dienstenmarkt. Zo sprak ik in Egypte met artsen die werken voor het Moslim Broederschap omdat ze waren ontslagen door overheidsbezuinigingen in de gezondheidszorg. Zelf hebben ze weinig op met het strenge geloof. Maar het Broederschap is de enige die de gaten opvult dat de bezuinigingen veroorzaken. Ik vind dat een vreemde gang van zaken.

U pleit voor het afschaffen van de WTO. Kan de WTO niet beter worden hervormd?

In het wereldhandelsbeleid moeten andere parameters tellen, zoals mensenrechten, milieu en arbeidsrecht. Dat past niet binnen de huidige WTO. Ik zie niet snel dat zij zich daarop zal aanpassen, omdat statutair is vastgelegd dat het overal ter wereld de vrijhandel moet bevorderen. Op dit moment haalt het WTO-secretariaat dan ook allerlei trucjes uit om iets te bereiken in Hong Kong. Door in details te treden, het verzetten van komma’s en punten, probeert het de spelregels aan te passen. Dat is enorm zwaktebod. Hoe moeilijker en technischer ze de onderhandelingen maken, hoe moeilijker het is deze instantie nog te verdedigen.

Als de WTO verdwijnt, dreigt dan niet het gevaar dat er een enorme groei komt van bilaterale akkoorden?

Inderdaad, maar dat wordt nu ook al gedaan. Wat is de toegevoegde waarde van de WTO? Alle pogingen om de WTO een andere draai te geven zijn mislukt. Dat zag je met de patenten voor medicijnen bijvoorbeeld. Dat is nog steeds niet geregeld. Ook de afspraken in Doha, daar komt niets van terecht. Wat ik hoop is dat als de WTO zou verdwijnen, nationale parlementen beter en scherper gaan controleren op de bilaterale akkoorden, en de transparantie van de onderhandelingen bewaken. Dan ontstaat er na verloop van tijd waarschijnlijk vanzelf een nieuw platform waarin gepraat zal worden over de handelsakkoorden. Ik voorzie zeker geen ramp als de WTO wegvalt.

In Mar del Plata werd weer eens duidelijk hoe sterk de anti-beweging in Latijns Amerika is. Is Latijns Amerika hierin een uitzondering of voorloper?

De meeste kritiek op het neoliberalisme komt uit Latijns-Amerika, gevolgd door Azië. De sociale beweging is er goed georganiseerd, hoewel ik er direct aan wil toevoegen dat er ook veel populisme bij komt kijken. Het is positief dat men in Latijns Amerika zoekt naar antwoorden op de eigen regionale problemen. Dat geeft een impuls aan de linkse politieke bewegingen. Het is te hopen dat zij het tij kunnen keren, zonder dat het nationalisme te veel gaat opspelen en zonder dat ze terugkeren naar een enge vorm van protectionisme.

Kritiek op wereldwijde vrijhandel komt ook steeds meer uit het noorden. Hoe gaat dat zich verder ontwikkelen?

Over de hele wereld groeien antineoliberale sentimenten. Het was in Frankrijk een van de belangrijkste argumenten om tegen de Europese Grondwet te stemmen. Men vraagt zich steeds meer af wat het neoliberalisme ons nu echt heeft gegeven. Zelfs in de Verenigde Staten. Toen een Chinees olieconcern een Amerikaans bedrijf wilde overnemen ontstond er een emotionele discussie terwijl China niets anders doet dan het beleid uitvoeren dat de Verenigde Staten al jaren propageert. Ook de overheidssteun aan de Amerikaanse staalindustrie die dreigt ten onder te gaan in de wereldwijde concurrentie is een vreemde inconsequentie. Het zijn allemaal voorbeelden die aantonen dat vrijhandel ook in het westen niet meer vanzelfsprekend het panacee is voor de maatschappelijke problemen.

Wat zijn de sentimenten in Europa op dit gebied?

Tijdens de EU-top in Engeland, een maand geleden, werd het idee gelanceerd van een globaliseringsfonds. Dit fonds moet Europese burgers die lijden onder globalisering financieel compenseren. Een teken aan de wand, omdat het voor het eerst expliciet benadrukt dat vrijhandel slachtoffers maakt.. Het zijn de eerste duidelijke barsten in het vrijhandelsmodel. Ik zie het einde naderen, hoewel de wens natuurlijk ook de vader is van de gedachte. Het is te dwaas voor woorden als we met z’n allen over de hele wereld met elkaar in concurrentie gaan. Het is een verspilling van arbeidskracht. Ik hoop op een tussenvorm die gepaard gaat met regionalisme. Dat hebben we in Europa al eerder gedaan, maar er wordt nu overal ter wereld over gepraat, ook in Latijns Amerika. Ik vind het ontzettend interessant wat daar gebeurt op het gebied van regionalisme. Ze zetten zich af tegen het beleid van Bush en creëren onderling een sterke band door economische samenwerking. Regionalisme geeft meer ruimte voor een interventionistische overheid dat zich niet kapot laat concurreren door eerder samen te werken.

Maar wat is de meerwaarde voor Bolivia als dat land moet concurreren met de machtige buur Brazilië?

Het is nu de vraag hoe binnen de regio intern de nieuwe economische samenwerking gestalte zal krijgen. Een land als Bolivia kan moeilijk concurreren met Brazilië als er niets tegenover staat. Maar door samenwerking leert men beleid op elkaar af te stemmen, zodat alle landen ervan kunnen profiteren. Het is dus heel belangrijk dat Brazilië en Argentinië niet alleen doen wat goed voor hen is, maar ook letten op de kleinere landen, anders ontstaat er nooit een stabiele Latijns-Amerikaanse markt.